bool(false)

Diagnose borstkanker: raak je verward door alle terminologie?

 

Als je zelf, of iemand waar je om geeft, net de diagnose borstkanker hebt gekregen, of voor een bepaalde behandeling staat, dan word je wellicht overspoeld door informatie. De uitgebreide terminologie in verband met borstkanker kan aanvoelen als een vreemde taal die je liever niet wil leren.

 

Je bent zeker niet de enige. In dit artikel maken we je dan ook graag wegwijs door de meest voorkomende termen inzake borstkanker, diagnose, en behandelingen.

 

  1. Aromataseremmers –Aromataseremmers zijn geneesmiddelen die de productie van oestrogeen blokkeren. Een behandeling met aromataseremmers is een soort aanvullende behandeling bij hormoongevoelige borstkanker, die vooral wordt toegepast bij vrouwen na de menopauze.
  2. Bestralingstherapie – Bestraling of radiotherapie is de behandeling van borstkankerpatiënten door middel van stralen, om zo de kankercellen te doden. Radiotherapie maakt vaak deel uit van de behandelwijze van borstkanker, samen met een operatie en/of chemo.
  3. Biopsie – Bij een biopsie wordt een stukje weefsel uit het lichaam genomen om te worden onderzocht. Het weggenomen weefsel heet een biopt. Dankzij deze procedure kan men vaststellen of weefsel besmet is, of kan men kijken of een tumor goedaardig of kwaadaardig is. Tijdens een operatie wordt een biopt genomen van de lymfeklieren in de oksels om te kijken of hier ook kankercellen zitten.
  4. BRCA1/BRCA2 genen(BReast CAncer genen) – Op zich zijn BRCA1 en BRCA2 gewone, menselijke genen die DNA helpen herstellen. Mutaties in deze genen duiden echter op een verhoogd risico op borstkanker en eierstokkanker. Deze mutaties kunnen erfelijk zijn, daarom bestaan er genetische tests die kunnen helpen bepalen of je deze mutatie hebt.
  5. Calcificaties – Calcificaties zijn verkalkingen in weefsel. Naarmate vrouwen ouder worden ontwikkelen zich in het borstweefsel vaak kleine afzettingen van calcium, die als witte stippen verschijnen op een mammogram en die zeer algemeen voorkomen. Indien ze gegroepeerd voorkomen in bepaalde opvallende patronen, dan kunnen ze echter een vroeg teken zijn van borstkanker. De arts zal deze verkalkingen verder onderzoeken in een bijkomende screening of biopsie.
  6. Chemotherapie – Chemotherapie of chemo is een systemische therapie van kanker, waaronder borstkanker. De patiënt krijgt geneesmiddelen die de snel vermenigvuldigende kankercellen moeten vernietigen. Deze behandeling werkt op het hele lichaam en wordt heel vaak toegepast. Er bestaan verschillende soorten geneesmiddelen. Ze werken allemaal op een andere manier en hebben elk hun indicaties, contra-indicaties en bijwerkingen. Meestal bestaat de chemo uit een cocktail van verschillende geneesmiddelen. Die geneesmiddelen vallen alle cellen aan die zich snel vermenigvuldigen. Ze maken dus helaas geen onderscheid tussen kankercellen en gezonde cellen. We hebben in ons lichaam ook gezonde cellen die zich snel vernieuwen, zoals de huid- en haarcellen en de nagels. Daarom zijn er ook in deze weefsels bijwerkingen te merken, het meest gekende is haarverlies.
  7. Ductaal Carcinoom In Situ –of DCIS, is de meest voorkomende vorm van niet-invasieve borstkanker, die bestaat uit een ophoping van abnormale cellen in de melkkanalen – dit zijn de buisjes die melk naar de tepels vervoeren. DCIS gaat vaak gepaard met kleine verkalkingen die op de mammografie goed te zien zijn.
  8. HER2-status – HER2 (humane epidermale groeifactor receptor 2) is de benaming van een gen dat HER2-eiwitten (receptoren) aanmaakt op borstcellen. In normale omstandigheden is de groei en deling van de HER2-receptoren gecontroleerd. Maar in sommige gevallen van borstkanker ontstaan er te veel HER2-receptoren op de borstwand. Het vaststellen hiervan helpt artsen beslissen wat de beste manier is om de borstkanker te behandelen. Er bestaan namelijk gerichte behandelingen, bijvoorbeeld met Herceptine, voor HER2-positieve (HER2+) kankers.
  9. Hormoonreceptoren – Dit zijn eiwitten op cellen, waar hormonen zich aan hechten. Indien een cel veel hormoonreceptoren heeft, dan heeft ze dat bepaalde hormoon nodig om te kunnen groeien. Borstkankercellen worden getest op hormoonreceptoren, en deze informatie wordt gebruikt om hormoongerichte behandelingen te kiezen. Een kankercel met oestrogeenreceptoren bijvoorbeeld, heeft oestrogeen nodig om te kunnen groeien en wordt ER+ (“estrogeen” of oestrogeen-receptor positief) genoemd; een verlaging van het oestrogeenniveau in het lichaam kan dus voorkomen dat de borstkanker Borstkankers worden geclassificeerd als ER+ indien oestrogeenreceptoren aanwezig zijn, PR+ indien progesteronreceptoren aanwezig zijn, of hormoonreceptor-negatief als geen van de receptoren aanwezig is; in het laatste geval is hormoonbehandeling niet de juiste therapie.
  10. Inflammatoire borstkanker – Een zeldzame, maar agressieve vorm van borstkanker die zich snel verspreid. Deze kanker wordt niet gekenmerkt door een knobbeltje, maar door warme, gevoelige of jeukende huid of huid die er “dik” uitziet of kuiltjes heeft zoals de schil van een sinaasappel. Andere symptomen zijn afscheiding uit de tepel, verkleuring of onverklaarbare zwelling van de tepel.
  11. Lobulair Carcinoom – Wanneer de abnormale cellen zich bevinden in de melkklieren, waar melk in de borst wordt geproduceerd. Bij Lobulair Carcinoom In Situ (LCIS) is de borstkanker dus beperkt tot de melkklieren en niet onmiddellijk levensbedreigend. Het is wel een teken van een verhoogd risico op het ontwikkelen van een invasieve borstkanker. Men spreekt van Invasief Lobulair Carcinoom (ILC) wanneer de kankercellen zich verder hebben verspreid tot het borstweefsel.
  12. Lumpectomie – Een lumpectomie is een borstsparende operatie. In dit geval wordt tijdens de operatie enkel de tumor en een stukje omliggend gezond weefsel verwijderd. De borst zelf blijft dus in meerdere of mindere mate behouden, afhankelijk van de grootte van de tumor. Tijdens een lumpectomie zal de chirurg een biopt nemen van de lymfeklieren en dit laten onderzoeken op de aanwezigheid van kankercellen. Zie ook: okselklieruitruiming.
  13. Lymfestelsel / Lymfoedeem – Het lymfevatenstelsel is een natuurlijke verdedigingssysteem van ons lichaam tegen infecties. Dit stelsel verwijdert bacteriën en afvalstoffen uit onze weefsels en voert ze via een fijn netwerk van vaatjes naar onze lymfeklieren, waar alles wordt schoongespoeld. Als het systeem beschadigd is, door operatie of bestraling, kunnen de lymfevaten geblokkeerd geraken. Dat resulteert in ophouden van vocht in de ledematen en veroorzaakt zwellingen. Bij patiënten met borstkanker is dit meestal in de arm. Sommige borstkankerpatiënten ontwikkelen vrijwel onmiddellijk na een operatie lymfoedeem, terwijl dit bij anderen pas na maanden of jaren is. Sommige vrouwen ontwikkelen helemaal geen lymfoedeem. Lees in dit artikel nog meer over lymfoedeem en mogelijke behandelingen.
  14. Marges – Bij de verwijdering van een tumor zal de arts altijd een deel omliggend, gezond weefsel mee wegnemen. Dit is de marge. Als uw marges “negatief” of “zuiver” zijn, zitten er geen kankercellen in dat weefsel. Als uw marges “positief” of “aangetast” zijn, dan is een verdere chirurgische ingreep nodig om de resterende kankercellen te verwijderen.
  15. Metastatische borstkanker – Borstkanker die zich heeft verspreid (uitgezaaid) naar andere delen van het lichaam. De kankercellen zijn dan op andere plaatsen in het lichaam beginnen groeien en zich beginnen delen. Dit wordt ook “geavanceerde” borstkanker genoemd, “uitzaaiingen” of “metastasen”.
  16. Neoadjuvante therapie (Preoperatieve therapie) – Chemo- of hormoontherapie gebruikt als eerste behandeling, meestal bij grotere tumoren. In dit geval gebeurt de chemo vóór de mastectomie (borstamputatie) of lumpectomie (verwijdering van de knobbel) zodat de tumor kleiner is op het moment van de operatie.
  17. Okselklieruitruiming – Bij de operatie worden telkens één of meerdere lymfeklieren onder de arm, in de oksel, weggenomen. We noemen dit een okselklieruitruiming. Als de sentinelklier of schildwachtklier, ook nog wel poortwachter genoemd, geen kankercellen bevat, is het niet nodig om de andere okselklieren weg te nemen. De schildwachtklier is immers de eerste klier waar de lymfevloeistof van de borst naartoe stoomt. De aan- of afwezigheid van kankercellen in klieren zal voor een groot deel de bijkomende behandelingen van borstkanker
  18. Oksellympfeknopen – Lymfeklieren in de oksel die soms door borstkanker worden beïnvloed (zie ook lymfestelsel).
  19. Oöforectomie (of ovariëctomie) – Verwijdering van de eierstokken. Soms worden, naast de mastectomie, ook de eierstokken verwijderd. Deze behandeling komt vooral voor bij vrouwen met schadelijke BRCA-genmutaties, vrouwen met een verhoogd risico op eierstokkanker.
  20. Port-a-cath of poortkatheter – Sommige geneesmiddelen van chemo zijn schadelijk voor de wanden van de aders waar ze moeten doorgaan. Bij een chemotherapie moet de patiënt vaak geprikt worden. Om dat probleem te omzeilen en nodeloze pijn te vermijden wordt een poortkatheter tijdens een kleine chirurgische ingreep onder de huid geplaatst. Dit is een klein reservoir dat via een soepel slangetje verbonden is met een groot bloedvat. Het geneesmiddel wordt dan niet meer rechtstreeks via een ader in de arm, maar via dat reservoir ingespoten. Meestal wordt de poortkatheter een tijdje na het einde van de behandelingen verwijderd.
  21. Profylactische mastectomie (Preventieve mastectomie) – Mastectomie of borstamputatie is de chirurgische verwijdering van de borst en tepel. Indien nodig worden ook de lymfeklieren in de oksel en de borstspier verwijderd. Een profylactische of preventieve mastectomie is een verwijdering van de borst nog vóór de borstkanker wordt ontdekt. Dit kan het geval zijn bij vrouwen die ontdekken dat ze een zeer hoog risico lopen op borstkanker. In dat geval kunnen zij, nog voordat borstkanker wordt vastgesteld, kiezen voor een preventieve mastectomie om het risico aanzienlijk te verminderen.
  22. Prothese (Borstprothese, Prothese) – Een kunstmatige borst, vervaardigd uit silicone, zacht schuim of een ander materiaal, dat onder de kleding kan gedragen worden na een borstamputatie. Er bestaan tegenwoordig veel verschillende soorten protheses, in verschillende vormen, maten en kleuren. Een prothese kan je dragen in een speciale beha, voorzien met hoesjes. Je kan ook kiezen voor een kleefprothese die je rechtstreeks op je huid draagt. Anne, borstkankerpatiënte, onderging een mastectomie en kiest ervoor om een prothese te dragen. Ze was aangenaam verrast door het aanbod lingerie en prothesen. “Toen ik de lingerieboekjes bekeek en het aanbod zag, besefte ik: ik ga mij nog altijd vrouw kunnen voelen.”
  23. Steungroepen – Een steungroep bestaat uit lotgenoten die ook borstkanker ervaren hebben. Je kan contact opnemen met een lotgenotengroep om steun en advies te krijgen van mensen die hetzelfde als jou hebben meegemaakt. Sommige lotgenotengroepen gaan ook in het ziekenhuis op bezoek bij patiënten of organiseren groepsactiviteiten en bijeenkomsten. Sommige vrouwen raden dit ten zeerste aan, andere vrouwen hebben hier minder nood aan. Probeer zelf aan te voelen waar je nood aan hebt en of je in je omgeving voldoende terecht kan met je vragen en emoties.
  24. Tamoxifen – Een geneesmiddel dat de werking van oestrogeen blokkeert en wordt gebruikt na borstchirurgie om oestrogeengevoelige borstkanker te behandelen. Dit geneesmiddel maakt dus deel uit van een behandeling via hormoontherapie.

Triple-Negatieve Borstkanker – Borstkanker die zowel ER-negatief, PR-negatief en HER2-negatief is, wordt triple-negatief genoemd. Ongeveer 20% van alle borstkankers zijn triple-negatief, wat betekent dat de gerichte therapieën voor hormonen- en HER2-receptoren geen nut zullen hebben. Deze vorm van borstkanker wordt doorgaans behandeld met chirurgie, chemotherapie en bestraling. Specialisten en onderzoekers blijven zoeken naar manieren om de behandelmethodes en –opties te verbeteren.